ECLI:NL:CRVB:2019:489
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over recht op Ziektewet-uitkering en afwijzing schadevergoeding
Appellant is sinds 13 augustus 2014 ziek gemeld en het UWV besloot aanvankelijk dat hij geen recht had op een Ziektewet-uitkering, omdat de voormalig werkgever verplicht was tot loondoorbetaling. Na bezwaar van de werkgever wijzigde het UWV dit besluit en kende appellant per 13 augustus 2014 ziekengeld toe.
Appellant stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld, onder meer door het verstrekken van medische gegevens aan de voormalig werkgever. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wat appellant in hoger beroep betwistte.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV niet onjuist heeft gehandeld en dat het procesverloop aan de eisen voldoet. Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wordt afgewezen omdat de bestuursrechter daartoe niet bevoegd is. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade af.