Uitspraak
17.4406 PW-PV, 17/4407 PW-PV
BESLISSING
,ook het geval was. Gelet daarop heeft de rechtbank aanleiding gezien de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand te laten.
Centrale Raad van Beroep
Appellant had bijstand ontvangen die door het college van burgemeester en wethouders van Tilburg werd ingetrokken omdat hij geen medewerking verleende aan een huisbezoek en omdat uit onderzoek bleek dat andere personen op het uitkeringsadres woonden, wat leidde tot de conclusie dat appellant daar niet zijn hoofdverblijf had. Het college verklaarde het bezwaar gedeeltelijk gegrond en stelde de intrekkingsdatum bij.
Appellant diende een nieuwe aanvraag in voor bijstand, die werd afgewezen omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij op het uitkeringsadres woonde. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond en vernietigde het besluit tot afwijzing van de nieuwe aanvraag wegens een procedurefout, maar liet de rechtsgevolgen van dat besluit in stand.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere stellingen zonder nieuwe feiten aan te voeren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij op het uitkeringsadres woonde gedurende de relevante periode en bevestigde de eerdere uitspraken van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn hoofdverblijf op het uitkeringsadres had.