Uitspraak
17 6340 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
.Bij besluit van eveneens 13 september 2016 heeft het college een bedrag van
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg op 12 juli 2016 bijstand aan bij het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college verleende een voorschot van € 835,46, maar stelde de aanvraag buiten behandeling omdat appellant niet de gevraagde informatie verstrekte. Vervolgens werd een bedrag van € 2.490,17 teruggevorderd.
Appellant maakte bezwaar tegen het terugvorderingsbesluit, waarna het college het bedrag corrigeerde naar € 835,46 en het bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het college het terugvorderingsbesluit niet had herroepen, wat volgens hem noodzakelijk was voor rechtszekerheid. De Raad oordeelde dat het college het besluit wel had herroepen door het teruggevorderde bedrag te corrigeren, waardoor het besluit naar zijn rechtsgevolgen was gewijzigd.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad bevestigt het besluit tot correctie van het terugvorderingsbedrag en wijst het hoger beroep af.