ECLI:NL:CRVB:2019:587
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante, voormalig medewerker klantenservice, meldde zich ziek met luchtwegklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde vast dat zij vanaf 3 september 2015 geen recht had op een WIA-uitkering en vorderde een teveel ontvangen bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies passend waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zij meer beperkingen had, zowel psychisch als lichamelijk.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) juist was vastgesteld en dat de geselecteerde functies geschikt waren, mede gelet op de toelichting van de arbeidsdeskundige. De Raad verwierp het beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De beslissing werd uitgesproken door A.T. de Kwaasteniet op 21 februari 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.