ECLI:NL:CRVB:2019:620
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over arbeidsongeschiktheid onder 35% ondanks gebrekkige motivering
Appellant is sinds april 2010 arbeidsongeschikt geraakt door rugklachten na een auto-ongeluk en andere gezondheidsproblemen. Het UWV weigerde hem een WIA-uitkering toe te kennen omdat zijn arbeidsongeschiktheid onder de 35% bleef. Na bezwaar en beroep bleef het UWV bij dit standpunt, gesteund door medische en arbeidskundige rapporten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat zijn beperkingen groter zijn dan in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) waren opgenomen, waardoor zijn arbeidsongeschiktheid boven de 35% zou moeten uitkomen. De Raad liet aanvullend onderzoek doen, waarbij de FML werd aangepast en extra beperkingen werden erkend.
De Raad concludeerde dat hoewel het oorspronkelijke besluit niet deugdelijk gemotiveerd was, de aanpassing van de FML in hoger beroep een toereikende onderbouwing bood. Omdat de uitkomst van het besluit ongewijzigd bleef, werd de schending van de motiveringsplicht gepasseerd. Het bestreden besluit werd bevestigd en het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit dat de arbeidsongeschiktheid van appellant onder de 35% blijft, wordt bevestigd ondanks gebrekkige motivering in eerste aanleg.