ECLI:NL:CRVB:2019:63

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 januari 2019
Publicatiedatum
10 januari 2019
Zaaknummer
18/3091 PW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet-tijdig indienen hogerberoepschrift ondanks medische klachten

Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, maar diende het hogerberoepschrift ruim na de wettelijke termijn in. De Raad stelde vast dat de uiterste datum voor het indienen van het hogerberoepschrift 17 augustus 2017 was, terwijl het dossier pas op 4 juni 2018 werd ontvangen.

Appellante voerde in verzet aan dat haar medische klachten en vergeetachtigheid haar verhinderden tijdig hoger beroep in te stellen. Ook speelde mee dat haar echtgenoot, die haar bijstaat, vaak in het buitenland verbleef en zij geen andere familie had om haar te ondersteunen.

De Raad oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om het verzuim te verontschuldigen. Appellante had hulp van derden moeten inschakelen, zeker omdat zij zich bewust was van haar beperkingen. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, met griffier M.A.E. Lageweg, op 10 januari 2019.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-tijdig indienen van het hogerberoepschrift zonder verschoonbare reden.

Uitspraak

Datum uitspraak: 10 januari 2019
18/3091 PW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 6 juli 2017, 17/802 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Coevorden (college)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 18 september 2018 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante heeft verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 13 november 2018. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar echtgenoot, [naam]. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 18 september 2018 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was
17 augustus 2017. Het hogerberoepschrift is op 4 juni 2018 ontvangen. De termijn voor het instellen van hoger beroep is daarmee - ruim - overschreden.
In verzet heeft appellante aangevoerd dat zij veel medische klachten heeft en vergeetachtig is. Hierdoor was zij niet in staat tijdig hoger beroep in te stellen. Haar echtgenoot werkt in het buitenland en is regelmatig zes weken weg voor zijn werk. Op het moment dat de aangevallen uitspraak werd ontvangen, was haar echtgenoot in het buitenland. Zij heeft hem wel over de uitspraak gesproken. Appellante wil haar dochter niet belasten en er is geen andere familie die appellante kan bijstaan.
De Raad ziet in het door appellante aangevoerde geen grond voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Het had op de weg van appellante gelegen om hulp van derden in te schakelen, juist omdat zij zich ervan bewust was dat zij door de omstandigheden niet steeds in staat was haar belangen goed te behartigen. De Raad merkt daarbij op dat de echtgenoot van appellante op de hoogte was van de procedure bij de rechtbank en door appellante er van in kennis was gesteld dat de aangevallen uitspraak was ontvangen.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van M.A.E. Lageweg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 januari 2019.
(getekend) H.C.P. Venema
(getekend) M.A.E. Lageweg

LO