ECLI:NL:CRVB:2019:67
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding huurbijdrage wegens ontbreken medische noodzaak bij verhuizing
Appellante, een vervolgde uit de Tweede Wereldoorlog met psychische klachten, verzocht om vergoeding van huurbijdrage na verhuizing naar een verzorgingshuis. Verweerder wees dit af omdat de verhuizing niet medisch noodzakelijk was, maar gebaseerd op religieuze motieven.
De Raad toetste het beleid van verweerder en de medische adviezen van twee geneeskundig adviseurs. De psychiater F. Jacobs stelde dat verhuizing mogelijk angstklachten zou verergeren, maar dit was onvoldoende om een medische noodzaak aan te nemen. De andere adviseur, A.M. Ohlenschlager, gaf aan dat eerdere verhuizingen geen contra-indicatie opleverden en dat de verergering van klachten niet direct aan de verhuizing kon worden toegeschreven.
De Raad concludeerde dat de afwijzing van de vergoeding terecht was en dat het beroep ongegrond moest worden verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de vergoeding voor huurbijdrage wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van medische noodzaak.