ECLI:NL:CRVB:2019:670
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond wegens niet vaststaande verzending WUBO besluit aan appellant
Appellant had beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder) van 20 oktober 2016, maar dit beroep werd op 9 november 2017 niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift. Appellant stelde vervolgens verzet in, stellende dat hij het WUBO besluit niet had ontvangen, maar alleen het WUV besluit van dezelfde datum.
Tijdens de behandeling van het verzet is gebleken dat verweerder niet kon aantonen dat het WUBO besluit samen met het WUV besluit in één enveloppe was verzonden. Hoewel het gebruikelijk is dat besluiten gelijktijdig en samen met een begeleidende brief worden verzonden, ontbrak bewijs dat dit ook daadwerkelijk was gebeurd. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat appellant het WUBO besluit had ontvangen.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het verzet gegrond, vernietigde de eerdere uitspraak van 9 november 2017 en bepaalde dat het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter Venema op 22 februari 2019.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt.