ECLI:NL:CRVB:2019:759
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig peuterleidster, meldde zich ziek met fysieke en psychische klachten. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en wees haar WIA-uitkering af. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook psychiatrisch onderzoek en diverse specialistische rapporten werden betrokken.
Appellante voerde aan dat haar beperkingen werden onderschat en verzocht om een onafhankelijke verzekeringsarts. Dit verzoek werd afgewezen omdat zij geen objectieve medische gegevens aanleverde die haar standpunt ondersteunden. De Raad onderschreef het standpunt van het UWV dat toegenomen klachten niet automatisch leiden tot toegenomen beperkingen.
De Raad concludeerde dat appellante op de relevante data belastbaar is volgens de Functionele Mogelijkhedenlijst van oktober 2015 en dat zij geschikt is voor de geselecteerde functies. De hoger beroepen werden ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.