ECLI:NL:CRVB:2019:77
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen weigering vergoeding vervoerskosten medische behandelingen oorlogsgerelateerde klachten
Appellant, erkend als vervolgde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), heeft zijn aanspraken omgezet naar de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Hij vordert vergoeding van vervoerskosten voor diverse medische behandelingen en consulten.
Verweerder heeft de vergoeding voor vervoerskosten van bezoeken aan tandarts, kaakchirurg en orthopedisch technicus afgewezen omdat deze niet verband houden met oorlogsgerelateerde klachten. Ook zijn vervoerskosten voor huisartsbezoeken niet vergoed omdat appellant niet kon aantonen dat deze vanwege oorlogsgerelateerde klachten waren. Vervoerskosten voor fysiotherapie zijn niet vergoed omdat geen voorziening voor groepsfysiotherapie is toegekend.
De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende medische noodzaak heeft aangetoond om het openbaar vervoer te mijden en dat eerdere vergoedingen voor woon-werkverkeer niet meer van toepassing zijn omdat appellant niet meer werkt. De beroepen worden ongegrond verklaard en de bestreden besluiten blijven in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot vergoeding van vervoerskosten blijft in stand.