ECLI:NL:CRVB:2019:849
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verlenging woonkostentoeslag en oplegging verhuisverplichting
Appellante woont in een huurwoning waarvan de huurprijs boven de maximale huurgrens voor huurtoeslag is gestegen. Na ontvangst van een erfenis van €108.000,- heeft zij vanaf 2012 meerdere malen bijzondere bijstand in de vorm van woonkostentoeslag aangevraagd. Het college van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen heeft deze toeslag toegekend als geldlening en daarbij telkens een verhuisverplichting opgelegd.
De aanvragen voor verlenging van de woonkostentoeslag werden door het college afgewezen of slechts tijdelijk toegekend, mede op basis van medisch advies van de GGD-arts die concludeerde dat appellante in staat was zelfstandig te verhuizen met begeleiding. Appellante voerde aan dat het college onvoldoende hulp had geboden en dat het medisch advies niet deugdelijk was. Ook stelde zij dat de bijzondere bijstand niet had moeten worden toegekend vanwege haar vermogen.
De rechtbank Limburg verklaarde de beroepen tegen de besluiten ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraken. De Raad oordeelt dat het college zorgvuldig heeft gehandeld, het medisch advies deugdelijk is en dat appellante voldoende begeleiding heeft gekregen. De verhuisverplichting blijft gehandhaafd en de verlenging van de woonkostentoeslag wordt terecht geweigerd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot verlenging van de woonkostentoeslag en de opgelegde verhuisverplichting.