Uitspraak
16.6657 PW
.Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Schoonbrood. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door J.E. Day.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet, maar het college trok deze in per 29 april 2015 vanwege het niet tijdig aanleveren van gevraagde gegevens. Appellant diende op 18 juni 2015 een nieuwe aanvraag in, maar leverde niet alle gevraagde bankafschriften en verklaringen aan. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling en vorderde het voorschot terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. Appellant stelde dat het college onrechtmatig had gehandeld door om gegevens te vragen van een periode waarin het recht op bijstand al vaststond, en dat sprake was van détournement de pouvoir en schending van het vertrouwensbeginsel.
De Raad oordeelde dat het college bevoegd was om de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van artikel 4:5 Awb Pro omdat essentiële financiële gegevens ontbraken. Het opvragen van gegevens van de periode voorafgaand aan de ingangsdatum van de aanvraag was toegestaan en geen misbruik van bevoegdheid. Ook was er geen sprake van een schending van het vertrouwensbeginsel. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag bijstand is terecht buiten behandeling gesteld wegens het niet aanleveren van alle gevraagde gegevens.