ECLI:NL:CRVB:2019:857
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onduidelijke financiële situatie
Appellant heeft op 27 juli 2016 bijstand aangevraagd na het faillissement van zijn eetcafé in november 2014. Het college stelde de aanvraag aanvankelijk buiten behandeling wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde gegevens. Na bezwaar werd de aanvraag alsnog inhoudelijk beoordeeld en afgewezen vanwege onvoldoende duidelijkheid over de financiële situatie van appellant.
De rechtbank oordeelde dat de door appellant overgelegde verklaringen van leningen onvoldoende bewijs boden om vast te stellen hoe hij in zijn levensonderhoud voorzag. Daarnaast bleek uit onderzoek dat appellant sinds mei 2016 als leidinggevende stond vermeld op een horecavergunning, zonder aannemelijke verklaring. Ook was onduidelijk of hij daadwerkelijk arbeid verrichtte, mede gezien verklaringen over zijn persoonlijke problemen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij leefde van leningen en dat de afwijzing onterecht was, maar herhaalde daarmee eerdere standpunten zonder nieuwe feiten of argumenten. De Raad volgde de rechtbank en bevestigde de afwijzing van de bijstandsaanvraag. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over de financiële situatie van appellant.