ECLI:NL:CRVB:2019:918
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat geen sprake is van duurzaam gescheiden leven in socialezekerheidszaak
In deze zaak stond centraal of appellanten duurzaam gescheiden leefden, hetgeen gevolgen heeft voor de toekenning en terugvordering van sociale zekerheidsuitkeringen. Appellanten waren gehuwd in gemeenschap van goederen en deelden meerdere woningen en bankrekeningen, wat wijst op financiële verstrengeling.
De Raad oordeelde dat ondanks het feit dat appellante een eigen leven leidt, alle feiten in onderlinge samenhang moeten worden bezien. De gezamenlijke eigendom van woningen en bankrekeningen en het feit dat appellant de aanvraag voor een aanvullende inkomensvoorziening voor appellante indiende, duiden op onvoldoende duurzaam gescheiden leven. Jurisprudentie maakt duidelijk dat de wens van partijen om anders te handelen niet doorslaggevend is.
Ook het ontbreken van fiscaal partnerschap werd erkend, maar dit verandert niets aan de conclusie van financiële verstrengeling. Een beroep op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens werd niet onderbouwd en daarom verworpen. Het verzoek om schadevergoeding en proceskosten werd afgewezen. De uitspraak is in het openbaar gedaan en kan binnen zes weken worden aangevochten bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellanten niet duurzaam gescheiden leven en wijst het verzoek om schadevergoeding af.