ECLI:NL:CRVB:2019:976
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- A.T. de Kwaasteniet
- W.R. van de Velde
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante was werkzaam als medewerkster creditmanagement en meldde zich ziek met schouderklachten en slaapproblemen. Na een operatie aan haar linkerpols werd zij geschikt bevonden voor haar laatst verrichte arbeid. Later meldde zij zich opnieuw ziek vanwege schouderklachten en een geplande schouderoperatie, die werd uitgesteld vanwege dystrofieklachten.
Het UWV stelde op 27 juni 2016 vast dat appellante geen recht meer had op ziekengeld en beëindigde haar ZW-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en er geen aanwijzingen waren dat haar beperkingen werden onderschat. De medische toestand was volgens het rapport van de verzekeringsarts niet veranderd sinds 2 mei 2016.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat het onderzoek onzorgvuldig was en haar beperkingen werden onderschat. De Centrale Raad van Beroep volgde echter de rechtbank en concludeerde dat het onderzoek volledig en zorgvuldig was, dat alle relevante medische informatie was betrokken en dat de gewijzigde diagnose geen aanleiding gaf tot een ander oordeel.
De Raad oordeelde dat appellante vanaf 27 juni 2016 tot haar operatie op 22 juli 2016 haar arbeid kon verrichten en dat haar medicatiegebruik geen belemmering vormde. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de ZW-uitkering van appellante terecht is beëindigd per 27 juni 2016.