ECLI:NL:CRVB:2020:1070
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging UWV-besluit over arbeidsongeschiktheid en weigering WIA-uitkering
Appellant, voormalig hovenier, meldde zich ziek met rugklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging.
Appellant voerde aan dat zijn beperkingen groter zijn dan vastgesteld, onder meer door rugklachten sinds 2011 en bijkomende angstklachten. De Raad beoordeelde de medische informatie, waaronder rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, en concludeerde dat het UWV een zorgvuldig en gemotiveerd besluit had genomen. De beperkingen en geschiktheid van functies waren adequaat vastgesteld.
De Raad oordeelde dat de aanvullende medische gegevens geen aanleiding geven tot een andere beoordeling. Ook werd erkend dat de angst- en paniekklachten in de rapportages waren meegenomen. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit bevestigd.