ECLI:NL:CRVB:2020:1108
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het griffierecht van €128,- niet binnen de gestelde termijn is voldaan, ondanks meerdere herinneringen en waarschuwingen. Daarnaast bevatte het ingediende beroepschrift geen gronden, hetgeen ook niet binnen de gestelde hersteltermijnen is aangevuld.
De Raad heeft op grond van artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het griffierecht geëist en op grond van artikel 6:5 Awb Pro de eis gesteld dat het beroepschrift gronden moet bevatten. Appellant is meerdere malen in de gelegenheid gesteld om dit te herstellen, maar heeft geen gebruik gemaakt van deze kansen.
Gezien het niet voldoen aan deze essentiële procesvereisten is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 mei 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en het ontbreken van beroepsgronden.