ECLI:NL:CRVB:2020:1109
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De gemachtigde van appellante is bij brief van 2 november 2019 en nogmaals bij aangetekende brief van 3 december 2019 gewezen op de verschuldigdheid van een griffierecht van €128,- dat binnen een bepaalde termijn betaald moest worden.
Het griffierecht is echter niet binnen de gestelde termijn voldaan. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E.C.R. Schut, met griffier D.W.M. Kaldenhoven, en uitgesproken op 19 mei 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.