ECLI:NL:CRVB:2020:1121
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, een voormalig zelfstandige bouwmedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV weigerde de uitkering per 3 november 2015 omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat geen medische informatie was aangeleverd die de beperkingen onvoldoende weerspiegelde.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij al per 3 november 2015 volledig arbeidsongeschikt was, mede vanwege cardiale klachten, hypercholesterolemie, verhoogde bloedsuikers en beperkingen in handfunctie. De Raad volgde dit niet, omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de medische situatie en beperkingen uitgebreid had onderzocht en gemotiveerd dat er geen urenbeperking of handfunctiebeperkingen waren.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat de geselecteerde functies medisch passend waren, ook de functie met incidentele nachtdiensten. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering per 3 november 2015 wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.