Appellant was sinds 24 januari 2012 ziek gemeld met rugklachten en kreeg aanvankelijk geen IVA-uitkering toegekend omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn vanaf 28 september 2014. Na bezwaar en een deskundigenrapport wijzigde het UWV dit besluit en kende appellant een WGA-uitkering toe met 100% arbeidsongeschiktheid vanaf die datum. Appellant stelde dat hij recht had op een IVA-uitkering wegens volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
De Raad oordeelde dat appellant weliswaar volledig arbeidsongeschikt is, maar dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was volgens het beoordelingskader van het UWV, omdat er nog redelijke verwachtingen waren van verbetering van de belastbaarheid. Dit oordeel werd ondersteund door medische rapporten en het stappenplan van de verzekeringsarts.
Het beroep tegen het gewijzigde besluit werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd vastgesteld dat de bestuursrechter de redelijke termijn voor de procedure met ruim 18 maanden had overschreden, waardoor de Staat werd veroordeeld tot een schadevergoeding van €1.500. Daarnaast werden proceskosten van appellant toegekend en werd het griffierecht vergoed.