ECLI:NL:CRVB:2020:1132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden en niet betalen griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. Volgens artikel 6:5 Awb Pro dient het beroepschrift de gronden van het beroep te bevatten, hetgeen in dit geval ontbrak. De Raad heeft appellant meerdere malen in de gelegenheid gesteld om de beroepsgronden alsnog binnen gestelde termijnen in te dienen, maar appellant heeft hier geen gehoor aan gegeven.
Daarnaast is appellant meerdere malen gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €131,-, met de waarschuwing dat niet-betaling tot niet-ontvankelijkheid zou leiden. Ook het griffierecht is niet betaald binnen de gestelde termijnen.
Gezien het ontbreken van beroepsgronden en het niet voldoen aan de griffierechtverplichting, is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 26 mei 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van beroepsgronden en niet betalen van het griffierecht.