ECLI:NL:CRVB:2020:1160
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet aannemelijk hoofdverblijf op opgegeven adres
Appellant diende op 2 juli 2018 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Participatiewet, waarbij hij verklaarde alleenwonend te zijn op een adres in de gemeente Nijmegen. Hoewel hij op dat adres stond ingeschreven en een huurcontract overlegd had, stelde het college van burgemeester en wethouders dat appellant zijn hoofdverblijf niet aannemelijk had gemaakt. De sociale recherche voerde onaangekondigde huisbezoeken uit, waarbij appellant niet werd aangetroffen en de hoofdbewoner verklaringen aflegde die in strijd waren met de door appellant verstrekte informatie.
Het college wees de aanvraag af en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant dezelfde argumenten aan, maar kon hij zijn woonsituatie niet overtuigend verduidelijken. De Raad concludeerde dat appellant het opgegeven adres feitelijk als briefadres gebruikte en niet als hoofdverblijf.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag bijstand is afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn hoofdverblijf had op het opgegeven adres.