ECLI:NL:CRVB:2020:1164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland en verzocht om vrijstelling van betaling van het griffierecht op grond van een inkomensverklaring over 2018. De Raad heeft appellant verzocht een recente uitkerings- of salarisspecificatie te overleggen, wat niet is gebeurd. Hierdoor werd het verzoek om vrijstelling afgewezen en appellant meerdere malen gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen een gestelde termijn.
Ondanks herinneringen en waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig betaald. De Raad oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E.C.R. Schut in aanwezigheid van griffier P.A.M. Hulsdouw.
De beslissing betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk wordt behandeld vanwege het niet voldoen aan de procedurele vereisten omtrent griffierechtbetaling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.