ECLI:NL:CRVB:2020:1166
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. Voor het indienen van het hoger beroep is griffierecht verschuldigd, zoals bepaald in artikel 8:41 Awb Pro en artikel 8:108 Awb Pro.
Appellant verzocht om vrijstelling van betaling van het griffierecht op basis van een inkomensverklaring over 2018, maar kon geen recente uitkerings- of salarisspecificatie overleggen. De Raad wees het verzoek om vrijstelling af en herinnerde appellant meerdere malen aan de betaling van het griffierecht.
Ondanks herhaalde aanmaningen en duidelijke termijnen is het griffierecht niet betaald. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.