ECLI:NL:CRVB:2020:1167
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking verzoek voorlopige voorziening bijzondere bijstand
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam en verzocht om een voorlopige voorziening. Kort daarna heeft verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken omdat het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam bij brief had bericht voornemens te zijn de gevraagde bijzondere bijstand te verstrekken. Hierdoor werd aan het verzoek tegemoetgekomen.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep heeft op grond van de Algemene wet bestuursrecht overwogen dat bij intrekking van een verzoek om voorlopige voorziening wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener kan worden veroordeeld in de proceskosten. Het college heeft geen verweerschrift ingediend en het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten.
De voorzieningenrechter heeft het college veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, begroot op € 525,- voor het indienen van het verzoekschrift. Verzoeker kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het college verhalen. De uitspraak is gedaan op 2 juni 2020 door E.C.R. Schut.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 525,-.