ECLI:NL:CRVB:2020:1177
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht in socialezekerheidszaak
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam in een socialezekerheidszaak. Volgens artikel 8:41 Awb Pro is het betalen van griffierecht verplicht bij het indienen van een beroepschrift, en dit geldt ook voor hoger beroep op grond van artikel 8:108 Awb Pro.
Appellant is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €128,- en de termijn waarbinnen dit betaald moest worden. Ondanks een verzoek om vrijstelling wegens betalingsonmacht, dat werd onderbouwd met een specificatie van het netto inkomen van €983,31, is dit verzoek afgewezen omdat het inkomen hoger was dan 90% van de bijstandsnorm voor een alleenstaande.
Appellant heeft het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald, en er is geen reden om aan te nemen dat hij niet in verzuim is geweest. De Raad verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.