ECLI:NL:CRVB:2020:1178

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 juni 2020
Publicatiedatum
5 juni 2020
Zaaknummer
18/1314 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:57 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV en veroordeling in proceskosten

Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Het UWV nam op 4 september 2019 een gewijzigde beslissing op bezwaar waarbij het geheel aan de bezwaren van appellant tegemoetkwam. Naar aanleiding hiervan trok appellant het hoger beroep in met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het hoger beroep op grond van artikel 8:75a Awb ingetrokken kon worden omdat het bestuursorgaan geheel aan de bezwaren tegemoet was gekomen. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en het onderzoek gesloten.

De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van de proceskosten aan appellant, begroot op € 2.100,-, bestaande uit kosten voor bezwaar, beroep en hoger beroep conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door B.J. van de Griend, in aanwezigheid van griffier J.A. Achterberg, op 5 juni 2020.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 2.100,- aan proceskosten na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 5 juni 2020
18/1314 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 1 februari 2018, 17/5759 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A. Staal hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 4 september 2019 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 19 december 2019 heeft mr. Staal namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft bij brief van 14 januari 2020 meegedeeld zich te kunnen vinden in een veroordeling tot betaling van proceskosten en heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 4 september 2019 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 525,- in bezwaar (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift) € 1.050,- in beroep
(1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en
€ 525,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift) voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.100,-.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 juni 2020.
(getekend) B.J. van de Griend
(getekend) J.A. Achterberg

VC