ECLI:NL:CRVB:2020:1182
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel. Volgens artikel 8:41 Awb Pro is griffierecht verschuldigd bij het indienen van een beroepschrift, en dit geldt ook voor hoger beroep op grond van artikel 8:108 Awb Pro. Appellant heeft meerdere malen verzocht om ontheffing van het griffierecht wegens betalingsonmacht en zijn financiële situatie toegelicht, waaronder een echtscheidingsprocedure en schuldhulpverlening.
De Raad heeft appellant herhaaldelijk verzocht het griffierecht te betalen of aanvullende gegevens te verstrekken om het beroep op betalingsonmacht te beoordelen. Ondanks deze verzoeken en uitstelverlening heeft appellant het griffierecht niet binnen de gestelde termijnen voldaan. De Raad heeft het beroep op betalingsonmacht afgewezen omdat niet aan de criteria werd voldaan.
Gezien het uitblijven van betaling en het ontbreken van een geldige reden voor niet-betaling, is het hoger beroep volgens de Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut op 9 juni 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht.