ECLI:NL:CRVB:2020:1217

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 juni 2020
Publicatiedatum
11 juni 2020
Zaaknummer
19/28 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Intrekking
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en veroordeling in proceskosten

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Het UWV heeft op 11 maart 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen waarin het geheel aan de bezwaren van appellante tegemoet is gekomen. Hierdoor heeft appellante het hoger beroep ingetrokken.

De Centrale Raad van Beroep heeft op verzoek van appellante het UWV veroordeeld in de kosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep. De kosten zijn begroot op €1.312,50 voor het beroep en €525,- voor het hoger beroep aan rechtsbijstand, plus vergoeding van medische informatiekosten en reiskosten.

De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten omdat het hoger beroep was ingetrokken en heeft het UWV veroordeeld tot betaling van in totaal €3.346,68 aan proceskosten. Voor het griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het UWV wenden.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 juni 2020.

Uitkomst: Hoger beroep is ingetrokken na gewijzigde beslissing UWV en UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.

Uitspraak

Datum uitspraak: 11 juni 2020
19/28 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van
29 november 2018, 17/1220 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft J.E. Eshuis hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 11 maart 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 25 maart 2020 heeft Eshuis namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 11 maart 2020 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 1.312,50 in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 0,5 punt voor een schriftelijke zienswijze en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en € 525,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift) voor verleende rechtsbijstand.
Met betrekking tot de vordering van de gemaakte kosten van €1.453,78 in verband met de ingebrachte medische informatie van Stichting Cardiozorg, is de Raad van oordeel dat deze vordering voor vergoeding in aanmerking komt.
De reiskosten die appellante heeft moeten maken van in totaal € 55,40 komen eveneens voor vergoeding in aanmerking.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.346,68.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 juni 2020.
(getekend) B.J. van de Griend
(getekend) J.A. Achterberg
GdJ