ECLI:NL:CRVB:2020:1253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening bijstandsintrekking wegens niet overleggen bankafschriften
Verzoekster ontving sinds 2012 bijstand in de vorm van een geldlening. In 2014 werd deze bijstand ingetrokken omdat zij niet had voldaan aan het verzoek om bankafschriften en gegevens over haar woning te overleggen. Het college handhaafde dit besluit na bezwaar. Verzoekster vroeg later bijstand om niet aan vanaf 2014, maar het college kende dit toe vanaf 2016, de datum van aanvraag.
De rechtbank verklaarde beroepen tegen deze besluiten ongegrond en de Raad bevestigde deze uitspraken. Verzoekster vroeg vervolgens herziening aan met het argument dat zij niet wist dat zij vanaf 2010 geen eigen bankrekening had en dat de bijstand op de rekening van haar zoon werd gestort. Ook stelde zij dat eerdere aanvraag onmogelijk was vanwege ontbrekende legitimatie.
De Raad oordeelde dat de feiten en omstandigheden waarop verzoekster zich baseert bij het hoger beroep al bekend waren of bekend konden zijn. Het verzoek om herziening voldoet daardoor niet aan de strikte voorwaarden van artikel 8:119 Awb Pro en wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak over de intrekking van de bijstand wordt afgewezen.