ECLI:NL:CRVB:2020:1260
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid WIA met 77,7% door UWV
Appellant was werkzaam als facilitair manager vastgoed en meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek en arbeidsdeskundig advies de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 77,7%, waarbij beperkingen zijn opgenomen in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen adequaat waren gemotiveerd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep baseerde zich op informatie van behandelaars en concludeerde dat er geen noodzaak was voor een urenbeperking.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij volledig arbeidsongeschikt is en verwees naar een rapport van een andere verzekeringsarts. De Raad volgde echter het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en het UWV, dat de beperkingen en de geschiktheid van de geselecteerde functies voldoende onderbouwd achtte.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vaststelling van 77,7% arbeidsongeschiktheid door het UWV wordt bevestigd.