ECLI:NL:CRVB:2020:1268
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening afgewezen wegens niet-betaling griffierecht
Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak van 17 december 2019. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht dient griffierecht te worden betaald bij het indienen van een beroepschrift, en dit is ook van toepassing op verzoeken om herziening op grond van artikel 8:119 Awb Pro.
Verzoekster is bij brief van 31 januari 2020 en opnieuw bij aangetekende brief van 2 maart 2020 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van € 131,00 en de termijn waarbinnen dit betaald moest worden. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan.
De Raad oordeelt dat verzoekster in verzuim is en verklaart het verzoek om herziening daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, met T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier, en uitgesproken op 18 juni 2020.
Uitkomst: Het verzoek om herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.