Uitspraak
15 juli 2019, 19/307 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland inzake een WIA-zaak. Het UWV nam op 18 februari 2020 een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarmee het geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Vervolgens trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep worden veroordeeld in de kosten indien het geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante, begroot op €2.727,06, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand en deskundigenrapporten. De vordering voor administratiekosten werd afgewezen. Appellante kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen.
De uitspraak werd gedaan door raadsheer B.J. van de Griend op 18 juni 2020.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van €2.727,06 aan proceskosten aan appellante.