ECLI:NL:CRVB:2020:1284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden en niet betalen griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat appellant het griffierecht niet binnen de gestelde termijn heeft betaald, ondanks meerdere aanmaningen. Daarnaast bevat het beroepschrift geen beroepsgronden, terwijl appellant hiervoor meerdere malen in de gelegenheid is gesteld om dit te herstellen.
De Raad heeft geconcludeerd dat appellant in verzuim is gebleven door niet tijdig het griffierecht te voldoen en geen gronden van beroep aan te leveren. Hierdoor is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in aanwezigheid van griffier P.A.M. Hulsdouw, op 9 juni 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en niet betaling van het griffierecht.