ECLI:NL:CRVB:2020:1288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening in bestuursrechtelijke zaak
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, maar dit beroep is te laat ingediend. De termijn voor het indienen van het beroepschrift bedraagt zes weken en begint te lopen vanaf de dag na de verzending van de uitspraak aan partijen. De eerste verzending van de uitspraak vond plaats op 5 augustus 2019, maar deze werd retour ontvangen. Op 16 september 2019 is de uitspraak opnieuw aan de gemachtigde van appellanten verzonden, met de mededeling dat dit geen effect heeft op de beroepstermijn.
Het beroepschrift werd digitaal ontvangen op 17 september 2019, wat buiten de termijn valt. De gemachtigde gaf aan dat tijdens zijn afwezigheid iemand was aangewezen om post af te halen, maar dat deze persoon de brief van de rechtbank niet mee kreeg omdat de brief persoonlijk moest worden afgehaald. De Raad verzocht nadere onderbouwing, maar de gemachtigde reageerde niet binnen de gestelde termijnen.
De Raad oordeelt dat de aangevoerde redenen onvoldoende zijn om het verzuim te rechtvaardigen, mede omdat niet is gebleken dat de gemachtigde adequate maatregelen had getroffen om kennisneming van belangrijke post tijdens zijn vakantie te waarborgen. Daarom is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift.