ECLI:NL:CRVB:2020:1289
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering voorschot bijstand ondanks gezondheidsklachten appellant
Appellant had een voorschot op bijstand ontvangen van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam, maar na afwijzing van zijn aanvraag werd dit voorschot teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze terugvordering ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat terugvordering in zijn situatie onaanvaardbare sociale en financiële gevolgen had, mede vanwege zijn gezondheidsklachten, waaronder een kankerdiagnose sinds maart 2018.
De Raad beoordeelde dat het college bevoegd is de kosten van bijstand terug te vorderen als achteraf blijkt dat geen recht op bijstand bestond, tenzij dringende redenen aanwezig zijn om daarvan af te zien. Dringende redenen vereisen een individuele afweging van uitzonderlijke omstandigheden die onaanvaardbare gevolgen veroorzaken.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn gezondheidsklachten direct verband hielden met de terugvordering of dat de financiële gevolgen onaanvaardbaar waren. De medische gegevens waren niet toereikend en het college hield rekening met wettelijke regels zoals de beslagvrije voet bij invordering. Daarom werd het beleid van het college gevolgd en het hoger beroep verworpen. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van het voorschot bijstand en wijst het hoger beroep af.