ECLI:NL:CRVB:2020:1299

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 juni 2020
Publicatiedatum
25 juni 2020
Zaaknummer
19/4617 ANW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:6 AwbAlgemene nabestaandenwetAlgemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag nabestaandenuitkering wegens niet-verzekerd zijn echtgenoot op overlijdensdatum

Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering na het overlijden van haar echtgenoot, die in Nederland had gewerkt en rond 1988 naar Marokko was geremigreerd. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot op de overlijdensdatum niet verzekerd was voor de Algemene nabestaandenwet (ANW). Deze afwijzing werd bevestigd bij bezwaar en door de rechtbank Amsterdam.

Appellante diende een nieuwe aanvraag in in 2018, die eveneens werd afgewezen met verwijzing naar het eerdere besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellante ging in hoger beroep. Zij voerde aan dat haar echtgenoot verzekerd was toen hij remigreerde.

De Centrale Raad oordeelde dat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die aanleiding geven tot herziening van het besluit. Het bestreden besluit was niet evident onredelijk of onmiskenbaar onjuist. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de nabestaandenuitkering wordt bevestigd.

Uitspraak

19.4617 ANW

Datum uitspraak: 25 juni 2020
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 16 oktober 2019, 19/1779 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben desgevraagd niet verklaard gebruik te willen maken van het recht om op een zitting te worden gehoord, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1.1.
Appellante woont in Marokko. Haar echtgenoot heeft in Nederland gewoond en gewerkt en is rond 1988 geremigreerd naar Marokko, waar hij [in] 2013 is overleden. Hij ontving op dat moment een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW).
1.2.
Na het overlijden van haar echtgenoot heeft appellante een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd. Bij besluit van 6 februari 2014 heeft de Svb afwijzend beslist op deze aanvraag, omdat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW. Bij beslissing op bezwaar van 1 juli 2014 heeft de Svb het besluit van 6 februari 2014 gehandhaafd. Het beroep van appellante daartegen is bij uitspraak van 6 februari 2015 door de rechtbank Amsterdam ongegrond verklaard. Tegen die uitspraak is geen rechtsmiddel aangewend.
1.3.
Bij brief van 27 juli 2018 heeft appellante de Svb opnieuw verzocht om haar een nabestaandenuitkering toe te kennen. Op deze aanvraag heeft de Svb bij besluit van 29 augustus 2018 afwijzend beslist onder verwijzing naar het besluit van 6 februari 2014. Het tegen het besluit van 29 augustus 2018 ingediende bezwaar is bij besluit van 21 februari 2019 (bestreden besluit) door de Svb ongegrond geacht. Daarbij is overwogen dat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die nopen tot een terugkomen van het besluit van 6 februari 2014. Verder heeft de Svb het besluit van 6 februari 2014 niet onmiskenbaar onjuist geacht. In het bestreden besluit is verwezen naar artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en naar beleidsregel SB1076. Ten slotte heeft de Svb vastgesteld dat appellante ook voor de toekomst geen recht heeft op een nabestaandenuitkering.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellante heeft tegen de aangevallen uitspraak hoger beroep ingesteld. Daarbij heeft appellante eraan herinnerd dat haar overleden echtgenoot in Nederland heeft gewerkt en dat hij verzekerd was voor de ANW toen hij remigreerde.
4. De Raad oordeelt als volgt.
4.1.
Met juistheid heeft de rechtbank onderschreven dat appellante geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd als bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Awb. Appellante heeft in dit geding in bezwaar, beroep en hoger beroep in essentie dezelfde gronden aangevoerd als in de eerder gevoerde procedure naar aanleiding van het besluit van 6 februari 2014. Wat appellante in dit geding heeft aangevoerd leidt bovendien niet tot het oordeel dat het bestreden besluit evident onredelijk of onmiskenbaar onjuist is. Dit laatste criterium hanteert de Svb op grond van beleidsregel SB1076. Ten slotte heeft de rechtbank op goede gronden vastgesteld dat appellante ook vanaf haar verzoek van 27 juli 2018 geen recht heeft op een nabestaandenuitkering.
4.2.
Uit punt 4.1 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid van R.H. Koopman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2020.
(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
(getekend) R.H. Koopman
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par M.A.H. van Dalen-van Bekkum en présence de R.H. Koopman en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 25 juin 2020.
Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas:
Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL 2500 EH ’s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assurés.