ECLI:NL:CRVB:2020:1304

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 juni 2020
Publicatiedatum
25 juni 2020
Zaaknummer
20/218 WUV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens niet betalen griffierecht

Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale Verzekeringsbank. De Centrale Raad van Beroep heeft appellant bij brief van 30 januari 2020 en opnieuw bij aangetekende brief van 1 maart 2020 gewezen op de verplichting om griffierecht van €48,- binnen een bepaalde termijn te betalen. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig voldaan.

De Raad oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen zonder inhoudelijke behandeling van het beroep.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 juni 2020. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden aangetekend.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

Datum uitspraak: 25 juni 2020
20/218 WUV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verband met het geding tussen:
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats], Canada (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (verweerder)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 19 december 2019, kenmerk BZ011322635.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven.
Bij brief van 30 januari 2020 is appellant erop gewezen dat een griffierecht van € 48,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de in die brief genoemde bankrekening moet zijn bijgeschreven.
Bij aangetekende brief van 1 maart 2020 is appellant nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief dient te zijn bijgeschreven op de in die brief genoemde bankrekening dan wel contant moet zijn betaald op het bezoekadres van de Raad. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, appellant er rekening mee moet houden dat het beroep niet inhoudelijk behandeld zal worden.
Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.
Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van
T. Hemelrijk-van den Oudenalder als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2020.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) T. Hemelrijk-van den Oudenalder
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

DECISION

The Centrale Raad van Beroep (Central Appeals Court) declares that the appeal cannot be heard.
This decision was given by C.H. Bangma, as presiding judge in the presence of T. Hemelrijk-van den Oudenalder, clerk of the court. The decision was pronounced in public on the 25th of June 2020.
(getekend) C.H. Bangma
(getekend) T. Hemelrijk-van den Oudenalder
Within six weeks after the sending of this copy, the interested party and the administrative body may lodge objections in writing against this decision with the Centrale Raad van Beroep (Central Appeals Court), PO Box 16002, 3500 DA UTRECHT.
The lodger of the written objection may include a request to be allowed to be heard on the objection.