ECLI:NL:CRVB:2020:1308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht en ontbreken beroepsgronden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De gemachtigde van appellant is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen een gestelde termijn, maar dit is niet nagekomen. Daarnaast bevatte het beroepschrift geen gronden, ondanks herhaalde verzoeken om deze alsnog in te dienen.
De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat appellant in verzuim is gebleven met betrekking tot beide vereisten: tijdige betaling van het griffierecht en het indienen van beroepsgronden. Hierdoor is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en ontbreken van beroepsgronden.