ECLI:NL:CRVB:2020:1332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel. Bij brief is appellant gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht van €128,00 binnen 28 dagen. Appellant deed een beroep op betalingsonmacht en stuurde een ingevuld formulier terug. De Raad vroeg een inkomensverklaring op bij de Raad voor Rechtsbijstand en gaf appellant meerdere malen de gelegenheid aanvullende gegevens te verstrekken, waarop appellant niet reageerde.
Na afwijzing van het beroep op betalingsonmacht volgden meerdere aanmaningen, waaronder een aangetekende brief die niet werd afgehaald. Een laatste herinnering bood nogmaals een termijn van twee weken om het griffierecht te betalen. Dit gebeurde niet. De Raad oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 30 juni 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.