ECLI:NL:CRVB:2020:1341
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden en niet tijdig herstel
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. Het beroepschrift bevatte echter geen gronden, wat in strijd is met artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De gemachtigde van appellant is bij brief van 13 december 2019 in de gelegenheid gesteld om dit verzuim binnen vier weken te herstellen, maar heeft deze termijn ongebruikt laten verlopen. Vervolgens is bij aangetekende brief van 13 januari 2020 nogmaals een termijn van vier weken gesteld om de beroepsgronden in te dienen, met de waarschuwing dat overschrijding tot niet-inhoudelijke behandeling zou leiden.
Hoewel appellant uitstel heeft gevraagd en dit tot 20 maart 2020 is verleend, zijn de gronden ook binnen deze verlengde termijn niet ingediend. Er zijn geen redenen aangevoerd die het verzuim rechtvaardigen. Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wordt de zaak zonder inhoudelijke behandeling beslist.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet tijdig herstellen van dit verzuim.