ECLI:NL:CRVB:2020:1367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig taxichauffeur, vroeg een WIA-uitkering aan wegens lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat appellant voor 31,18% arbeidsongeschikt was, onder de vereiste 35%, en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat de medische en arbeidskundige beoordelingen voldoende waren gemotiveerd en geen aanleiding gaven tot twijfel over de belastbaarheid.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, onder meer dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onvoldoende rekening hield met zijn beperkingen, waaronder diabetes mellitus en psychosociale problematiek. Hij verwees naar medisch bewijs zoals een psychologenrapport en laboratoriumuitslagen.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV: de verzekeringsartsen hadden de medische informatie adequaat verwerkt, inclusief de psychosociale problematiek en diabetes, die goed was ingesteld en geen extra beperkingen veroorzaakte. De FML was juist opgesteld en de geselecteerde functies passend. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.