Uitspraak
19 233 ZW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, voormalig medewerkster debiteuren-financiële administratie, meldde zich ziek op 6 april 2017 terwijl zij een WW-uitkering ontving. Na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek oordeelde het UWV dat zij per 21 augustus 2017 geschikt was voor haar laatst verrichte arbeid en beëindigde het de Ziektewetuitkering. Het bezwaar van appellante tegen dit besluit werd door het UWV ongegrond verklaard.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij rekening was gehouden met medische informatie van diverse specialisten. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen te licht waren ingeschat en dat een gespecialiseerde revalidatiearts een ander beeld gaf.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat de medische informatie geen aanleiding gaf om het standpunt van het UWV te betwijfelen. De Raad stelde vast dat de diagnose hEDS niet leidde tot een andere beoordeling van de belastbaarheid en dat appellante geschikt was voor haar lichte, parttime functie. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het recht op ziekengeld is op goede gronden beëindigd per 21 augustus 2017.