ECLI:NL:CRVB:2020:1396
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling door UWV bevestigd
Appellant, werkzaam in de bouw, meldde zich ziek met rug-, knie- en later psychische klachten. Het UWV stelde vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde het recht op WIA-uitkering. Na een nieuwe ziekmelding en medisch onderzoek door een verzekeringsarts werd het recht op Ziektewetuitkering per 18 september 2017 beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beëindiging ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de beperkingen van appellant waren meegewogen. In hoger beroep voerde appellant aan dat de informatie van DC Verzuim Diagnostiek en de behandelend psychiater niet overeenkwamen en dat een onafhankelijke psychiater had moeten worden ingeschakeld.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV het recht op ziekengeld terecht heeft beëindigd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had de beperkingen van appellant uitgebreid gemotiveerd, rekening houdend met zowel fysieke als psychische klachten. De Raad vond geen reden om een onafhankelijk psychiater te laten onderzoeken en bevestigde de eerdere uitspraak.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door A.T. de Kwaasteniet, in aanwezigheid van griffier M.D.F. de Moor.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.