ECLI:NL:CRVB:2020:1441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening afgewezen wegens niet tijdige betaling griffierecht
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een uitspraak van 5 juli 2012. De Raad heeft verzoeker meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht van €259,- binnen de gestelde termijnen. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig voldaan.
Op grond van artikel 8:41 en Pro 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht geldt dat het griffierecht betaald moet zijn om ontvankelijk te zijn in het verzoek om herziening. De Raad oordeelt dat op basis van de beschikbare gegevens niet kan worden aangenomen dat verzoeker niet in verzuim is geweest.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzoek om herziening kennelijk niet-ontvankelijk en wordt zonder inhoudelijke behandeling beslist. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door H. Benek, in aanwezigheid van griffier E. Blijleven-de Vries, op 9 juli 2020.
Uitkomst: Verzoek om herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.