Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat het betaalde griffierecht van € 131,- aan appellant wordt terugbetaald.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Volgens artikel 8:41 van Pro de Awb moet bij het indienen van een beroepschrift griffierecht worden betaald. Appellant werd op 19 februari 2020 en opnieuw op 21 maart 2020 schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid en de betalingstermijn van het griffierecht van €131.
Het griffierecht werd echter pas op 7 mei 2020 voldaan, wat buiten de gestelde termijn viel. De Raad oordeelt dat appellant in verzuim is geweest en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling.
Het te laat betaalde griffierecht zal aan appellant worden terugbetaald. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum op 9 juli 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.