ECLI:NL:CRVB:2020:1468
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet verschijnen op gesprek
Appellant ontving sinds 2010 bijstand op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam nodigde appellant uit voor gesprekken in het kader van een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Appellant verscheen niet op de gesprekken van 13 en 20 september 2017 en leverde ook niet de gevraagde gegevens aan.
Het college schortte de bijstand op en trok deze later in met toepassing van artikel 54 van Pro de Participatiewet. Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking, maar dit werd afgewezen door de rechtbank Rotterdam. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij de oproepen niet had ontvangen en dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom hij moest verschijnen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college aannemelijk had gemaakt dat de uitnodigingsbrieven in de brievenbus van appellant waren gedeponeerd, ondanks een volle brievenbus. Daarnaast was het doel van de uitnodiging voldoende gemotiveerd in de brieven waarop het intrekkingsbesluit verwees. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens het niet verschijnen op gesprekken wordt bevestigd.