ECLI:NL:CRVB:2020:1472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg. De Centrale Raad van Beroep heeft appellanten bij brief en aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €128,00 binnen respectievelijk 28 dagen en vier weken na de datum van de brieven. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig betaald.
De Raad oordeelt op grond van de beschikbare gegevens dat appellanten in verzuim zijn geweest. Hierdoor is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in aanwezigheid van griffier T. Hemelrijk-van den Oudenalder, en uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2020. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard vanwege niet tijdige betaling van het griffierecht.