ECLI:NL:CRVB:2020:1473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet tijdig aanleveren gevraagde stukken
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam voerde een rechtmatigheidsonderzoek uit en verzocht appellant meerdere malen om bankafschriften en betaalbewijzen te overleggen. Ondanks herhaalde uitnodigingen en gesprekken leverde appellant de gevraagde stukken niet tijdig aan.
Het college schortte de bijstand op en trok deze vervolgens in op grond van artikel 54, vierde lid, van de Participatiewet. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard door de rechtbank Rotterdam. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij de stukken wel tijdig had verstuurd, maar dit niet kon bewijzen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant verwijtbaar heeft verzuimd de gevraagde stukken tijdig te verstrekken en dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid tot intrekking van de bijstand. De terugvordering van kosten werd niet betwist. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het niet tijdig aanleveren van gevraagde stukken wordt bevestigd.