ECLI:NL:CRVB:2020:1488
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voortzetting WGA-vervolguitkering bij arbeidsongeschiktheid van 45-55%
Appellant, voormalig productiemedewerker, kreeg een WGA-vervolguitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55%. Na een herbeoordeling en bezwaarprocedure handhaafde het UWV dit percentage. Appellant stelde in hoger beroep meer beperkingen te hebben, met name op het gebied van persoonlijk functioneren.
De Raad liet zich adviseren door twee onafhankelijke psychiaters. De eerste deskundige concludeerde dat appellant meer beperkingen had dan door het UWV aangenomen, maar zijn rapport werd bekritiseerd. De tweede deskundige, prof. dr. Koerselman, concludeerde dat de beperkingen niet zwaarder waren dan reeds vastgesteld en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 11 december 2015 voldoende rekening hield met de psychische klachten.
De Raad achtte het rapport van Koerselman overtuigend en zorgvuldig en bevestigde dat de drie geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellant. De mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55% is daarmee terecht vastgesteld en de WGA-vervolguitkering mag ongewijzigd worden voortgezet.
Uitkomst: De WGA-vervolguitkering van appellant wordt terecht ongewijzigd voortgezet bij een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.